In 1986 aanvaardde de Nederduitse Gereformeerde Sendingskerk (NGSK) de belijdenis van Belhar in haar uiteindelijke versie in het Afrikaans. Deze belijdenis is toen opgestuurd naar alle partnerkerken van de World Alliance of Refomed Churches (Nu: World Communion of Reformed Churches). De algemene synode van de Uniting Reformed Church of Southern Africa -de fusie die in 1994 tot stand kwam tussen de NGSK en de Nederduitse Gereformeerde Kerk in Africa (NGKA)- verklaarde in 2008 de versie uit 1986 als het originele bron document, maar nam een hernieuwde Engelse vertaling aan als de officiële Engelse tekst. Deze tekst is de vertaling van de versie uit 2008.
Artikel I Wij geloven in de Drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, die door Woord en Geest de kerk verzamelt, beschermt en verzorgt vanaf het begin van de wereld tot aan het einde toe.
Artikel 2 Wij geloven één heilige algemene christelijke kerk, de gemeenschap van heiligen, geroepen uit heel de mensheid.
Wij geloven:
- dat het verzoeningswerk van Christus zichtbaar wordt in de kerk als de gemeenschap van gelovigen die met God en met elkaar verzoend zijn; (Efeziërs 2:11-22)
- dat eenheid daarom een gave én een opgave is voor de kerk van Jezus Christus; dat dit een samenbindende kracht is door de werking van Gods Geest, maar tegelijkertijd een werkelijkheid die nagejaagd en gezocht moet worden en waartoe het volk van God voortdurend opgebouwd moet worden; (Efeziërs 4:1-16)
- dat deze eenheid zichtbaar moet worden, zodat de wereld kan geloven dat gescheidenheid, vijandschap en haat tussen mensen en groepen van mensen zonde is die al door Christus overwonnen is en dat alles wat deze eenheid bedreigt daarom in de kerk van Christus geen plaats mag hebben, maar bestreden moet worden; (Johannes 17:20-23)
- dat deze eenheid van het volk van God op allerlei manieren zichtbare gestalte moet krijgen en aktief moet zijn: doordat we elkaar liefhebben; doordat we gemeenschap met elkaar beleven, beoefenen en nastreven; in praktijk brengen, beoefenen en nastreven;
- dat wij één geloof delen, één roeping hebben, één van ziel en één van zin zijn, één God en Vader hebben, van één Geest vervuld zijn, met één doop gedoopt zijn, van één brood eten en uit één beker drinken, één Naam belijden, aan één Heer gehoorzaam zijn, ons voor één zaak beijveren, en één hoop delen; samen de hoogte en de breedte en de diepte van de liefde van Christus leren kennen; samen opgebouwd worden tot de gestalte van Christus, tot de nieuwe mensheid; samen elkaars lasten kennen en dragen en zo de wet van Christus vervullen dat we elkaar nodig hebben en elkaar opbouwen, elkaar vermanen en troosten; dat we met elkaar lijden voor de gerechtigheid; samen bidden; samen God dienen in deze wereld; en samen strijden tegen alles wat deze eenheid mag belemmeren of bedreigen; (Filippenzen 2:1-5, 1 Korintiërs 12:4-31, Johannes 13:1-17, 1 Korintiërs 1:10-13, Efeziërs 4:1- 6, Efeziërs 3:14-20, 1 Korintiërs 10:16-17, 1 Korintiërs 11:17-34, Galaten 6:2, 2 Korintiërs 1:3- 4)
- dat deze eenheid slechts in vrijheid gestalte kan krijgen en niet onder dwang; dat de verscheidenheid aan geestelijke gaven, mogelijkheden, achtergronden, overtuigingen, evenals de verscheidenheid aan talen en culturen, vanwege de verzoening in Christus mogelijkheden bieden tot wederzijdse dienst en verrijking binnen het ene zichtbare volk van God; (Romeinen 12:3-8, 1 Korintiërs 12:1-11, Efeziërs 4:7-13, Galaten 3:27-28, Jakobus 2:1- 13)
- dat het ware geloof in Jezus Christus de enige voorwaarde is voor het lidmaatschap van deze kerk.
Daarom verwerpen wij elke leer
- die óf de natuurlijke verscheidenheid óf de zondige gescheidenheid van mensen zo verabsoluteert dat deze verabsolutering de zichtbare en werkzame eenheid van de kerk belemmert of verbreekt of zelfs tot de oprichting van een apart kerkverband leidt;
- die verklaart dat deze geestelijke eenheid werkelijk bewaard wordt door de band van de vrede, terwijl gelovigen met dezelfde belijdenis in feite van elkaar vervreemd worden omwille van de verscheidenheid en vanwege de onverzoenlijkheid;
- die ontkent dat een weigering om deze zichtbare eenheid als een kostbare gave na te jagen zonde is;
- die, uitgesproken of onuitgesproken, volhoudt dat afkomst of enige andere menselijke of sociale factor medebepalend is voor het lidmaatschap van de kerk.
Artikel 3
Wij geloven
- dat God aan de kerk de boodschap van verzoening in en door Jezus Christus heeft toevertrouwd;
dat de kerk geroepen is om het zout van de aarde en het licht van de wereld te zijn;
dat de kerk gezegend genoemd wordt omdat zij vredestichter is;
dat de kerk door woord en daad getuige is van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waarin gerechtigheid woont; (2 Korintiërs 5:17-21, Matteüs 5:13-16, Matteüs 5:9, 2 Petrus 3:13, Openbaring 21- 22)
- dat Gods leven-scheppende Woord en Geest de machten van zonde en dood heeft overwonnen, en daarmee ook die van onverzoenlijkheid en haat, bitterheid en vijandschap;
dat Gods leven-scheppende Woord en Geest de kerk in staat stelt om te leven in een nieuwe gehoorzaamheid die in de samenleving en de wereld nieuwe levensmogelijkheden kan bieden; (Efeziërs 4:17-6:23, Romeinen 6, (Kolossenzen 1:9-14, Kolossenzen 2:13-19, Kolossenzen 3:1-4:6)
- dat deze boodschap ongeloofwaardig gemaakt wordt en dat de heilzame uitwerking ervan in de weg gestaan wordt, waar deze verkondigd wordt in een land dat er aanspraak op maakt christelijk te zijn, maar waarin de gedwongen scheiding van mensen op grond van ras 1 onderlinge vervreemding, haat en vijandschap bevordert en in stand houdt;
- dat elke leer die zo’n gedwongen scheiding vanuit het evangelie wil legitimeren en het niet wil wagen op het pad van gehoorzaamheid en verzoening, maar die uit vooroordeel, vrees, zelfzucht en ongeloof de verzoenende kracht van het evangelie bij voorbaat verloochent, als ideologie en een valse leer moet worden beschouwd.
Daarom verwerpen wij elke leer
- die in naam van het evangelie of de wil van God de gedwongen scheiding van mensen op grond van ras en kleur in zo’n situatie goedkeurt en daardoor de bediening en beleving van de verzoening in Christus bij voorbaat belemmert en ontkracht.
1 In Zuid-Afrika staat het woord ‘ras’ voor de raciale identiteit op basis waarvan mensen werden onderscheiden van elkaar en ongelijk behandeld. Hoewel het woord ‘ras’ in de Nederlandse grondwet wordt gebruikt om burgers te beschermen tegen racisme, wordt onderzocht of het woord vervangen moet worden. Zie ook NCDR 2023.
Artikel 4
Wij geloven
- dat God Zichzelf geopenbaard heeft als de Ene die gerechtigheid en ware vrede onder mensen wil brengen;
dat God in een wereld vol onrecht en vijandschap op een bijzondere wijze de God van de noodlijdenden, de armen en de benadeelden is, en dat God de kerk oproept om hierin te volgen;
dat God gerechtigheid schenkt aan de onderdrukten en brood geeft aan de hongerigen;
dat God de gevangenen vrij maakt en blinden ziende maakt;
dat God de verdrukten ondersteunt, de vreemdelingen beschermt, wezen en weduwen helpt en
de weg van de goddelozen krom maakt;
dat voor God zuivere en onbevlekte godsdienst is om te zien naar de wezen en de weduwen in hun lijden;
dat God het volk van God wil leren goed te doen en naar recht te zoeken; (Deuteronomium 32:4, Lucas 2:14, Johannes 14:27, Efeziërs 2:14, Jesaja 1:16-17, Jakobus 1:27, Jakobus 5:1-6, Lucas 1:46-55, Lucas 6:20-26, Lucas 7:22, Lucas 16:19-31, Psalm 146, Lucas 4:16- 19, Romeinen 6:13-18, Amos 5:24)
- dat de kerk daarom mensen in elke vorm van lijden en nood terzijde moet staan, wat onder andere ook inhoudt dat de kerk moet getuigen en strijden tegen elke vorm van onrecht zodat recht zal golven als water en gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek;
- dat de kerk als eigendom van God moet staan waar God staat, namelijk tegen onrecht en aan de kant van de benadeelden;
dat de kerk in navolging van Christus moet getuigen tegenover alle machtigen en bevoorrechten, die uit zelfzucht hun eigen belang zoeken en zo anderen beheersen en schade berokkenen.
Daarom verwerpen wij elke ideologie
- die vormen van onrecht legitimeert en elke leer die niet bereid is om vanuit het evangelie zo’n ideologie te weerstaan.
Artikel 5
Wij geloven dat de kerk geroepen wordt om dit alles te belijden en te doen, in gehoorzaamheid aan Jezus Christus, haar enige Hoofd, ook al zouden de overheden en verordeningen van mensen daartegen zijn en al zou straf en lijden daaraan verbonden zijn. Jezus is Heer.
Aan de enige God, Vader Zoon en Heilige Geest, komt eer toe en heerlijkheid tot in eeuwigheid. (Efeziërs 4:15-16, Handelingen 5:29-33, 1 Petrus 2:18-25, 1 Petrus 3:15-18)
Bekijk de begelijdende brief.
Hier voor de Engelse versie.
En de originele Afrikaanse versie.